In deze tweede blog over IJsland een toelichting op hoe het proces voor een nieuwe grondwet, waar met een grote groep burgers met zeer veel enthousiasme en toewijding aan is gewerkt, ook uiteenlopende tegenkrachten heeft opgeroepen. Over macht, tegenmacht en wat we er van kunnen leren voor de burgertop in Amsterdam.

Tekst: Bart Cosijn

IJsland

In IJsland heeft de bevolking een nieuwe grondwet geschreven. Daarvoor lag geen blauwdruk klaar. Zowel niet voor wat er in zou moeten staan, als hoe je deze met een grote groep mensen schrijft. Nu is de bevolking van IJsland niet groot, slechts 300.000 mensen wonen er op het eiland. Maar toch te veel om iedereen mee te laten schrijven. Eén ding waren veel IJslanders het over eens: als we een nieuwe grondwet gaan opstellen, moeten we dit niet aan het parlement overlaten. Dat zijn de vertegenwoordigers van de oude politiek, die het land in 2008 in een diepe financiële crisis heeft gestort. Bovendien moet je parlementariërs niet over hun eigen werkwijze laten beslissen; ze zullen uit zichzelf nooit macht gaan delen. En dat was toch een van de heersende ideeën: de burgers moeten meer invloed krijgen op hun eigen bestuur.

“Een van de problemen van het herschrijven van de grondwet door het parlement is dat ze gaan zagen aan de tak waarop ze zelf zitten. Wanneer ze bijvoorbeeld besluiten het aantal leden van het parlement met de helft te verminderen, verliest de helft zijn of haar baan,” zei de voorzitter van de Grondwet Commissie tijdens een presentatie in 2011.

In de periode vanaf het uitbreken van de crisis tot de afronding van het voorstel voor de nieuwe grondwet organiseerden de IJslanders twee burgertoppen. De eerste top vond plaats in het najaar van 2009 en er namen 1500 mensen aan deel. Van deze groep waren er 1200 random geselecteerde burgers en 300 vertegenwoordigers van bedrijven, instituten en anderen belangengroepen. “The purpose was to hear the voice of the people and we think that the results reflect that,” zei een woordvoerder over deze top. Deze resultaten werden in de vorm van een ‘Nationaal Cadeau’ aan alle IJslanders gepresenteerd. Alleen de tweede burgertop, die een jaar later werd gehouden, ging expliciet over de grondwet. Daaraan namen 950 random geselecteerde mensen deel. Beide burgertoppen duurden één dag en de deelnemers voerden gesprekken in relatief kleine groepen aan ronde tafels. Met behulp van slimme digitale hulpmiddelen konden de resultaten snel bij elkaar worden gebracht.

Maar deze snelheid zorgde ook voor kritiek. Toen de Grondwet Commissie de dag na tweede burgertop de resultaten presenteerde, kreeg ze het verwijt dat ze naar van te voren vastgestelde conclusies had toegewerkt. Hoe kon het immers mogelijk zijn zo snel de oogst te presenteren? Ook werd de neutraliteit van de tafelvoorzitters in twijfel getrokken. Voor de commissie was de snelheid een manier om te laten zien dat het proces juist zeer transparant was verlopen.

Deze reacties waren indirect ook een kritiek op het hele proces rond de nieuwe grondwet. Pas na zeer uitgebreide debatten in het parlement besloot de progressieve regering om een wetsvoorstel in te dienen dat de bevolking een rol gaf bij het opstellen van de grondwet. Voor één van de coalitiepartijen was het ook hun inzet voor de verkiezingen geweest. Na de twee burgertoppen, rond de verkiezingen voor de Grondwet Assemblee, kwam er opnieuw kritiek op het proces. Deze Assemblee zou gaan bestaan uit 25 leden, en hun opdracht werd om op basis van de uitkomsten van vooral de tweede burgertop, het daadwerkelijke schrijfwerk op zich te nemen. Deze 25 mensen werden geselecteerd via een open verkiezing, waar 552 kandidaten aan deelnamen. Voor deze verkiezingen werd een relatief ingewikkeld kiesstelsel gebruikt, het zogenaamde ‘enkelvoudige overdraagbare stem‘-systeem. Hierbij kan een kiezer een rangorde aangeven voor een deel of alle kandidaten die meedoen. De opkomst was relatief laag, slechts 35,9 procent van de kiesgerechtigden kwam zijn of haar stem uitbrengen.

Na de verkiezingen dienden drie mensen een klacht in over het verloop van deze verkiezingen bij een ad hoc ingestelde commissie van het Hooggerechtshof van IJsland. Deze drie personen waren aantoonbaar verbonden aan Onafhankelijkheidspartij, zo stelt OpenDemocracy op haar site. Deze politieke partij was aan de macht tijdens het uitbreken van de crisis in 2008. De klachten gingen onder andere over de schotjes tussen de stemhokjes die te laag zouden zijn geweest, en over de stembiljetten niet waren gevouwen voordat ze door de kiezers in de stembus werden gestopt. Deze commissie van het Hooggerechtshof concludeerde dat een deel van de klachten gegrond waren en adviseerde om de verkiezingen ongeldig te verklaren. Dit zette bij alle direct betrokken kwaad bloed. “Ik ben erg verbaasd door deze beslissing,” zei een van de kandidaten voor de Grondwet Assemblee tegen de krant Dagblaðið Vísir, “ik herinner me niet dat iemand klaagde tijdens het verloop van de stemming.” En een andere kandidaat verwoorde het zo: “de geschiedenis zal niet lichtzinnig oordelen over deze actie.”

Uiteindelijk besloot het parlement de 25 kandidaten die eerder gekozen waren dan maar zelf aan te stellen, waarmee ze de uitslag van de verkiezingen respecteerde. Dit veranderde wel de status van de Grondwet Assemblee, die daarna ook geen assemblee of volksvertegenwoordiging meer maar een Comité werd genoemd. Hoewel dit comité zeer voortvarend aan de slag ging, en ze maximale transparantie betrachte in hun schrijfproces, strandde hun werk uiteindelijk toch in het parlement. Dit parlement nam hun voorstel voor de nieuwe grondwet in ontvangst en organiseerde vervolgens in 2012 een raadgevend referendum. Hierin werden de burgers van IJsland zes vragen over de voorstellen voorgelegd, die relatief algemeen van karakter waren. De vraag was niet ‘Bent u voor deze nieuwe grondwet?’ maar ‘Wenst u dat de voorstellen van het Grondwet Comité de basis vormen voor een nieuwe grondwet?’ Ook hier was de opkomst laag, net geen 50 procent.

Bovendien was er een levendige discussie over de positie van het parlement bij deze grondwetswijziging. Sommigen zeiden dat het parlement niet meer over de voorstellen zou moeten debatteren, ze waren immers uitgewerkt door de bevolking van het land. Anderen vonden dat de formele rol van het parlement als hoogste vertegenwoordiger van het volk gerespecteerd moest worden. Het parlement hield vast aan deze rol, waarbij het parlement over een wijziging van de grondwet twee keer moet stemmen en daartussen verkiezingen moet organiseren. Debatten in het IJslandse parlement gaan in drie rondes en dit parlement bestaat slechts uit één kamer. Het voorstel is in twee rondes besproken maar nog niet voor een derde ronde ingebracht. Tot een stemming is het dus nog niet gekomen. Bovendien verloor de progressieve coalitie die het open proces rond de grondwet steeds gesteund had, bij de laatste reguliere parlementsverkiezingen in 2013 haar meerderheid.

Amsterdam

Wat kunnen we hiervan leren voor een G1000 burgertop in Amsterdam? De beide IJslandse burgertoppen waren zeer verschillend van karakter. De eerste was vooral een reactie op de misère als een gevolg van de financieel crisis. Het land was nagenoeg failliet en de vele protesten die volgden voedden het idee dat het land en de samenleving opnieuw moest worden uitgevonden. De burgertop van 2009 ging over waarden, wat vinden we als burgers belangrijk? Doordat de vraag heel open werd gesteld, voelden de deelnemers zich uitgedaagd om er zeer serieus over na te denken. Bovendien was deze top niet door een overheid of aan de overheid gelieerde organisatie opgezet.

Bij de tweede burgertop was dat anders. Daar was de grondwet nadrukkelijk het onderwerp. En de organisatie bestond onder andere uit een door het parlement ingestelde commissie. Deze ging vervolgens wel weer te rade bij de mensen die achter de eerste top zaten en betrok hen bij de praktische uitvoering er van. Wat opvalt is dat de thema’s waar de deelnemers aan de eerste en de tweede top over spraken erg op elkaar lijken. Wanneer je mensen vraagt wat ze in het algemeen voor hun samenleving belangrijk vinden, of met welke bouwstenen een grondwet opgesteld zou moeten worden, krijg je, ten minste in IJsland, vergelijkbare antwoorden.

En hoe vrijblijvend is een burgertop? De Nederlandse samenleving kent geen formele burgervergaderingen bij politiek beslissingen of burgerjury’s in de rechtspraak. Sinds de invoering van de Nederlandse Grondwet kent ons land op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau een systeem van evenredige volksvertegenwoordiging. En sinds de opkomst van politiek partijen stemmen we niet meer op individuele onafhankelijke kandidaten maar op lijsten. Ons politieke landschap is daarmee sterk geïnstitutionaliseerd. De leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen, door de volksvertegenwoordigers bij de provincies, en burgemeesters komen via een vaak wat schimmig spel van voordracht en gesprekken in een gemeenteraad op hun post.

Hoe een burgertop, en dus ook in Amsterdam, zich positioneert ten opzichte van deze realiteit, kan van groot belang zijn voor wat er met de resultaten gebeurt. Bij wie ligt het initiatief? Bij de gemeenteraad? Een charismatische burgemeester? Bij een groep onafhankelijke burgers of een combinatie? Een vrijblijvende burgeragenda opstellen zal makkelijker zijn dan burgers structureel meer zeggenschap in het bestuur geven.

De verschillende burgertoppen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden zijn stuk voor stuk zeer interessante experimenten met onze democratie en bestuur, en allemaal in een zeer unieke lokale of nationale context. Maar er zullen ook momenten komen dat het gaat schuren en botsen, dat belangen tegenover elkaar komen staan, dat oude reputaties worden gebroken en nieuwe opgebouwd. Maar dat is net zo goed deel van dit niet zo vrijblijvende democratisch experiment. Als het dak van het democratisch huis inderdaad verschrikkelijk lekt, zoals David van Reybrouck bij Zomergasten stelde, kunnen we misschien het glas heffen, maar moeten we wel precies weten waar we gaan staan.

Zie ook Leren van IJsland, deel 1: crowdsourcing grondwet

Voor dit blog sprak Bart Cosijn begin augustus in Reykjavik o.a. met professor Guðrún Pétursdóttir, zij was de voorzitter van het zevenkoppige Grondwet Committee en is directeur van het Institute for Sustainability and Interdisciplinary Studies van de Universiteit van IJsland. En met advocate Katrín Oddsdóttir. Zij speelde een belangrijke rol bij de protesten en was één van de 25 leden van de Grondwet Assemblee.

Presentatie over het proces door Guðrún Pétursdóttir, tijdens TEDxReykjavik 2011:

Literatuur:

  • The Constitutional Experiment in Iceland, Baldvin Thor Bergsson and Paul Blokker, CoPolis/University of Trento, gepubliceerd in Kalman Pocza (ed.), Verfassunggebung in konsolidierten Demokratien: Neubeginn oder Verfall eines Systems?, Nomos Verlag.
  • Constitutional Reform Process In Iceland – Involving the people into the process, Björg Thorarensen, Oslo-Rome International Workshop on democracy 7-9 November 2011, Viale Trenta Aprile, Rome Session 2: Constitutional Reform
  • Deliberative democracy becomes institutional democracy: Is it dangerous to give power to the people? Comments on Vilhjálmur Árnason’s paper “Power to the People?” Jón Ólafsson, prófessor, Háskólanum á Bifröst. Icelandic Review of Politics and Administration Vol. 10, Issue 1 (119–142)

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

    Naam *
    E-mail *
    Website

Burgertop-Amsterdam-logo-def